“Ik ben vooral trots op de successen van mijn collega’s hier bij de KNGU die elke dag weer knetterhard werken en er vol voor gaan” benadrukt Marieke van der Plas.

Naam:                 Marieke van der Plas
Functie:              Algemeen Directeur
Organisatie:      Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU)

De KNGU is een van de vier grootste sportbonden in Nederland en heeft 300.000 leden bij ongeveer 1.000 verenigingen. Bij deze verenigingen zijn 8.000 gepassioneerde trainers, coaches en vrijwilligers actief betrokken, die er met elkaar voor zorgen dat de leden hun prachtige sport kunnen beoefenen. Het bondsbureau in Beekbergen telt zo’n 70 medewerkers.

De KNGU telt in totaal 9 gymdisciplines, te weten turnen dames, turnen heren, freerunning, dans, trampolinespringen, acrobatische gymnastiek, ritmische gymnastiek, groepsspringen en rhönradturnen. Ook is er het Nijntje beweegprogramma voor de allerkleinsten. Op topsport niveau scoort Nederland internationaal erg hoog en dat is de gezamenlijke verdienste van de professionele houding en inzet van alle betrokkenen.

Wat beweegt jou als persoon?

Ik doe vooral de dingen die ik leuk vind en waar ik enorm veel plezier aan beleef. Uiteraard wil ik van toegevoegde waarde zijn, mijn talenten ten volle kunnen inzetten en resultaten boeken. Ook ben ik een bouwer en daar zoek ik mijn uitdagingen in.

Mijn loopbaan kenmerkt zich onder andere door ondernemerschap, anders denken, actie en zaken voor elkaar krijgen en ik merk dat ik dat het liefste doe in een hele complexe omgeving met diverse stakeholders. In mijn vorige baan had ik ook met diverse partijen en verschillende belangen te maken en het was mijn uitdaging en insteek om vanuit het gezamenlijke doel juist samen resultaten te boeken. Zoeken naar de onderlinge verbindende factoren om van daaruit samen te werken.

Sport was een van de aandachtsgebieden waar ik in mijn vorige baan werkzaam voor was en daar heb ik mijn liefde voor verenigingsmanagement ontwikkeld. Deze liefde voor het verenigingsmanagement was voor mij een belangrijke reden om bij de KNGU te gaan solliciteren. Ik werk inmiddels al acht maanden voor de KNGU en ik doe dat, net zoals mijn vorige baan, met heel veel plezier.

Een andere reden om in de sport te willen werken was de passie die sporters laten zien, de glinstering in hun ogen, het doorzettingsvermogen, ergens vol voor gaan, maar ook mensen inspireren met hun successen. En om samen met mijn collega’s voor zulke inspirerende mensen te mogen werken is het mooiste wat er is!

In wat voor organisatie kwam je terecht?

De KNGU heeft een roerige tijd achter de rug, een ingrijpende reorganisatie die in 2015 werd ingezet en een financiële huishouding die niet op orde was. Mijn voorganger (a.i.) heeft dit ingrijpende proces op een goede wijze opgepakt en heeft een gezonde en solide basis neergezet en het is nu aan mij om vanuit deze basis een moderne en toekomstgerichte organisatie op te bouwen voor alle leden.

Wij kijken met elkaar nu dan ook vooral naar de toekomst, de toekomst van de prachtige sporten die de KNGU vertegenwoordigt en die we samen met onze leden verder willen vormgeven. De vraag hoe wij van toegevoegde waarde kunnen zijn voor onze sporters en de infrastructuur daaromheen, staat daarbij voor mij centraal. Hoe geven we met elkaar vorm aan de toekomst van de KNGU, waarbij eenieder tot zijn recht komt? Ik denk dat we vanuit de sportbond niet alleen de stap moeten maken vanuit liefde voor de sport, maar ook uit respect voor de verenigingsdemocratie.

Wat zijn voor jouw essentiële eigenschappen van leiderschap?

Ik geloof in gedeeld leiderschap, waar je het met elkaar moet doen, uiteraard gebruikmakend van elkaars talenten. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik als directeur, afhankelijk van de situatie of expertise van een collega, ook volgend kan zijn. In zo’n situatie heeft een van mijn collega’s de lead.

Daarnaast vind ik waardering belangrijk en geef ik anderen en het team dan ook graag het podium voor hun prestaties en successen.

Ik geloof ook in de kracht van diversiteit. Mensen hebben allemaal hun kwaliteiten en talenten, als je die weet te verbinden dan creëer je een krachtig team. Want als een team de onderlinge verschillen juist waardeert en daar respectvol mee omgaat dan zie je dat het team zich ontwikkelt.

Ik kan zelf bijvoorbeeld nog wel eens doorslaan in het genereren van ideeën en dan is het goed om ook mensen in het team te hebben die me daarin temperen. Belangrijk voor mij is naast het benutten van elkaars talenten, dat je elkaar ook helpt als iemand daarin doorschiet en dat heeft alles te maken met veiligheid, vertrouwen en respect. Zo vullen we elkaar immers aan!

Wat betekenen vertrouwen, verbinding en waardering voor succesvol leiderschap?

Ik vind vertrouwen en het creëren van verbinding op alle niveaus essentieel om met elkaar succesvol te kunnen zijn. Zo geven we de onderlinge samenwerking binnen de KNGU vorm vanuit deze pijlers, maar steken we ook in op samenwerking met andere sportbonden en stakeholders.

Dus vanuit vertrouwen en verbinding werken we samen met andere partijen aan een nog betere gymsport in Nederland. Waar we vroeger meer dachten in concurrentie, zoeken we nu juist nieuwe ontwikkelingen en andere partijen op. Op zoek naar synergie! Bijvoorbeeld: wat gaaf dat jullie dit initiatief hebben ontwikkeld! Kunnen we misschien samen optrekken of naar elkaar verwijzen? Deze manier van benaderen is best wel even wennen. Het voedt ook de discussie binnen de sportbonden. Wat is nou georganiseerde sport en hoe ga je om met al die mooie start-ups? Zie je initiatieven over sport en bewegen als concurrentie of kan je elkaar versterken? Volgens mij is het dus juist een kans om deze initiatieven te versterken.

Vertrouwen, verbinding en waardering zijn basisvoorwaarden om samen met de leden, de bondsraad en het bestuur, het beste voor onze sporters te realiseren. Het gaat dus niet om ons in Beekbergen, maar om ons allemaal! Een gedeelde intentie en een gedeelde verantwoordelijkheid, wij de KNGU! Juist met elkaar dragen we bij aan het succes van de gymsport. Gezamenlijk vormgeven van de gymsport, nu en in de toekomst, dat is onze wens.

Wat is de impact van maatschappelijke ontwikkelingen op leiderschap binnen de sport?

De maatschappij verandert snel en dat heeft vanzelfsprekend impact op de sport en hoe wij gewend zijn te organiseren. Het is allemaal niet meer zo helder zoals het vroeger was toen de bonden ontstonden en jaren hebben kunnen functioneren. De impact van de maatschappelijke veranderingen zie je terug op alle niveaus.

Als gevolg van de veranderende onderlinge verhoudingen, zie je steeds meer behoefte ontstaan aan leiderschap dat past bij de nieuwe omstandigheden in deze tijd. Begrijp me niet verkeerd, oude ideeën over leiderschap hebben ons gebracht waar we nu zijn, maar sluiten zichtbaar steeds minder aan bij waar de mensen behoefte aan hebben. Het vraagt in mijn overtuiging ook om een vernieuwende invulling van leiderschap dat aansluit bij deze tijd. Zo ben ik bijvoorbeeld een van de weinige vrouwelijke directeuren binnen de sportbondenwereld en voor deze vooruitstrevendheid daar prijs ik de KNGU voor! Al is het raar dit in 2018 te moeten zeggen.

Hoe geeft de KNGU deze ontwikkelingen organisatorisch vorm?

De KNGU heeft er bewust voor gekozen om een moderne sportbond te worden. Met onder andere een nieuwe strategie, functies met nieuwe toekomstgerichte profielen en een nieuwe manier van werken, het werken in een matrixorganisatie. We denken dus niet meer in traditionele afdelingen, maar we denken in projectteams die voortdurend wisselen. Zo’n omslag vraagt veel van iedere organisatie, dus ook van onze mensen. Uiteraard moeten ook de ondersteunende processen op deze manier van projectmatig werken worden afgestemd en daar liggen zeker nog wel een aantal verbeterpunten.

Het werken in projectteams over de afdelingen heen vraagt procesmatig wel de vaardigheid om voorbij de onontbeerlijke chaos heen te kunnen kijken en van daaruit het creëren van een nieuwe werkorde. Ik ben enorm trots op wat ik nu al binnen onze organisatie zie gebeuren, waaronder de veerkracht van mensen. En veerkracht is binnen een veranderende organisatie essentieel. Je kan bijvoorbeeld gaan lopen miepen en klagen dat alles verandert, maar onze mensen tonen veerkracht en dat typeert onze organisatie. Wat niet wil zeggen dat dit altijd even makkelijk is en dat er niet met elkaar over gesproken wordt.

We hebben in plaats van een MT, een raad van 11 geïntroduceerd. Iedereen in deze raad van 11 is gelijkwaardig en denkt vanuit diverse expertisegebieden en echelons mee over de gezamenlijke strategie en hoe we het beste uit de mensen kunnen halen.

Hoe zorg je er als manager voor dat je leiderschap van mensen zelf faciliteert en stimuleert?

Het is voor iedere medewerker van belang om haar/zijn persoonlijk leiderschap te ontwikkelen en dit ook te tonen. Dit heeft niets te maken met het je eigen maken van een managementrol. Ik ben van gedeeld leiderschap, waarmee ik bedoel dat als iemand inhoudelijk expert is hij/zij de lead heeft op het moment dat het nodig is. Dus niet meer alleen luisteren naar de manager, maar juist zelf meedenken en regie pakken.

Dat vraagt om zelf vanuit jouw deskundigheid verantwoordelijkheid te nemen en ook daarover besluiten te durven nemen en deze niet meer bij een manager neer te leggen. Als je een traditionele hiërarchische werkwijze gewend bent, dan is dit wel erg wennen. Soms moeten mensen eraan wennen dat ik ook even geen antwoord heb op een bepaalde vraag en dan vraag ik wel of zij zelf ideeën hebben. Het gaat er voor mij om juist gebruik te maken van elkaars ervaring, ideeën, kennis en talenten, dat is voor mij teamwork. Uiteraard zal ik wel vanuit mijn rol waar nodig een besluit nemen. Maar ook hier maken we met elkaar stappen en dat is goed en mooi om te zien.

We leggen met elkaar een soort van nieuw fundament met betrekking tot persoonlijk leiderschap. Het is wel de uitdaging bij deze ontwikkeling om elkaar te helpen en mee te nemen, want voor iedereen werkt zo’n groeiproces anders en in een ander tempo. Het in de praktijk ervaren en het elkaar spiegelen is hierbij onderdeel, want zo kan men er gevoel bij krijgen en zich de nieuwe werkwijze eigen maken. Ik zie dan ook dat er steeds meer energie ontstaat bij de mensen als ze zien dat het echt werkt.

Hebben jullie binnen de KNGU een visie op leiderschap?

We zijn binnen de KNGU bezig met de ontwikkeling van een nieuwe visie op leiderschap. Vanzelfsprekend moet deze leiderschapsvisie gedragen worden door de hele organisatie. Het is aan mij om deze visie te laten slagen, want visie is één, maar resultaten boeken is net zo belangrijk.

Leiderschap is zoals eerder gezegd niet alleen weggelegd voor managers. Maar daar zijn we wel begonnen. We hebben met elkaar een middag samen gezeten over waar staat de KNGU nu, waar moet de KNGU naartoe en wat betekent dat voor jou als leider. We hebben met elkaar een leiderschapsprofiel gemaakt dat in lijn loopt met onze kernwaarden. Dit profiel zal voor eenieder van ons ook weer de nodige input geven aan zowel voor het persoonlijk ontwikkeltraject als wel voor de ontwikkeling van het gehele team. Want het gaat erom dat je als leiderschapsteam complementair aan elkaar bent, welke talenten bezit jij waarmee je de anderen binnen het team aanvult. Niemand kan namelijk alles, maar samen kan je heel veel. Als je de talenten maar op de juiste manier en op het juiste moment inzet. Daarnaast vinden wij dat je als leider de cultuurdrager van je organisatie bent en dat je altijd het gewenste voorbeeldgedrag laat zien. Het mooie van deze middag was om te ervaren dat we allemaal hetzelfde dachten over wat voor type leiderschap de KNGU nodig heeft.

Hoe heb je de werkwijze projectmatig creëren gefaciliteerd?

We zijn in januari 2018 met een groep van 12 collega’s gestart met een leerwerktraject projectmatig creëren. Doel was een goede basis creëren voor het werken in projecten.  Afgesproken is dat alle projecten die in het jaarplan 2018 staan volgens deze manier van werken worden uitgevoerd. Ik zie door deze werkwijze te faciliteren met scholing dat het enthousiasme en de creativiteit groeien, mensen krijgen er echt zin in. Mensen leren de grondbeginselen en kunnen dat ook gelijk in de projecten toepassen.

Ik probeer mensen in dit proces te enthousiasmeren, uit te dagen, te faciliteren en te motiveren in het werken binnen projectteams. Ze gaan door deze scholing ook veel meer stilstaan bij de diverse rollen in de samenwerking binnen projecten en ze komen nu zelf met ideeën over hoe het nog beter kan. Ze krijgen de ruimte om zelf te creëren en invulling te geven aan het werk en dat motiveert enorm.

Waar ben je na 8 maanden trots op?

Vooral op de successen van mijn collega’s hier bij de KNGU die elke dag weer knetterhard werken en er vol voor gaan. Voor mij zijn de allermooiste momenten, de momenten dat ik mijn mensen zie stralen als ze weer een succes hebben behaald. Als voorbeeld, laatst moest ik twee sponsorcontracten tekenen en het voelde raar dat ik dat moest doen. Want het waren ‘mijn’ mensen die zich daar enorm voor hadden ingezet en ook succes hadden geboekt. Uiteraard is het mijn rol, maar toch!

Ik vind het ook geweldig om te zien dat mijn collega’s juist op zoek gaan naar de innovatieve dingen. We hebben daardoor ook een aantal innovaties gerealiseerd, door een andere manieren van denken en doen. Eén voorbeeld is de samenwerking die we hebben gerealiseerd met de KNWU op het vlak van urban sports, zij vanuit de BMX en wij vanuit het free runnen. Buiten kaders, hoe inspirerend is dat!

Ook ben ik trots op de wijze waarop de organisatie het werken volgens het principe projectmatig creëren heeft opgepakt en daar nu mee werkt. In korte tijd een hele nieuwe manier van werken introduceren en dat dan op deze wijze oppakken, grote klasse!

Hoe vieren jullie de successen?

We houden eenmaal per maand zeepkistsessies waar iedereen zijn/haar successen deelt. Daarnaast delen we onze successen via intranet. Ook ik sta regelmatig op de zeepkist en dan informeer ik mijn collega’s over de laatste ontwikkelingen, de successen, maar ook over lief & leed. Ik vind het essentieel voor onze organisatie om de successen met elkaar te delen, want dat sterkt ons, creëert onderlinge betrokkenheid en geeft vertrouwen.

De volgende stap die we willen organiseren is het gezamenlijk delen van successen met onze leden. Samen met de leden een nog betere toekomst voor de KNGU creëren en daar hoort het vieren van onze successen vanzelfsprekend bij. Successen delen creëert namelijk een andere ontwikkeldynamiek, dan bijvoorbeeld elkaar continu te wijzen op fouten of wat niet goed is. Uiteraard moet er wel oog zijn voor zaken die niet goed gaan, maar we moeten ons niet alleen maar bezig houden met fouten.

Hoe nemen jullie de leden en clubs mee in jullie ambitie vernieuwend leiderschap?

Wij vinden de ontwikkeling van leiderschap bij de verenigingen ook belangrijk, want zij zijn in principe lokaal verantwoordelijk voor een pedagogisch verantwoord en inspirerend ontwikkelklimaat. Verenigingsbesturen worden geleid door vrijwilligers, vaak ouders van sportende kinderen en ze doen dit veelal ook nog naast hun werk. Met alle verantwoordelijkheden die daarmee op hun bordje liggen is dat niet altijd even gemakkelijk. Als we zeggen dat we willen groeien in de onze sport en niet alleen qua aantal, maar voor wat betreft impact, dan hebben we verenigingsbesturen die goed kunnen leiden daar hard bij nodig. Dat geldt niet in de laatste plaats ook voor onze trainers en coaches die direct met onze sporters werken.

We gaan nu ook starten met een discussie over onze pedagogische visie, want in alles wat we doen staat voorop een veilig en plezierig sportklimaat voor iedereen en kinderen in het bijzonder. Ook andere bonden zijn hiermee bezig. Wat vinden we normaal bij een goede ontwikkeling van een kind. In het voetbal bijvoorbeeld heb je succes door een doelpunt te scoren, dat is positief. Bij een discipline als turnen gaat het om een voor buitenstaanders ingewikkelde puntentelling waarin je voor een deel wordt afgerekend op je fouten. Dat geeft een andere dynamiek. Ook in de hoofden van kinderen. Daarom kijken we nu naar vormen van recreatief jureren, waarmee veel van onze verenigingen al ervaring hebben. Daarnaast is het goed te reflecteren op de wijze van trainen. In hoeverre die past bij de ontwikkeling van het kind. Deze invalshoek krijgt steeds meer aandacht in de sport ten opzichte van de sporttechnische kennis. We hebben in de topsport de laatste jaren gigantische stappen gezet in onder andere positieve mentale begeleiding. Neem bijvoorbeeld het dames turnteam, de bondscoach heeft hier enorm op geïnvesteerd met geweldige resultaten tot gevolg.

Welke leiders in inspireren jou?

Ik heb met name heel veel geleerd van mijn vorige leidinggevende bij het (CAOP). Hij werkte vanuit vertrouwen en gaf zijn medewerkers veel ruimte, verantwoordelijkheid en waardering. Wat ik bijzonder vond, was dat hij er altijd was wanneer je hem echt nodig had. Hij voelde heel goed aan wanneer hij moest instappen of wanneer hij juist afstand moest nemen in mijn proces. Hij gunde iedereen, waaronder mij, zijn/haar successen en zette je dan vol in de schijnwerpers. Het moeilijkste voor mij was om hem los te laten toen ik de overstap naar de KNGU maakte. Hij is mijn voorbeeld over hoe ik leiderschap binnen de KNGU nu vorm geef.

Ook raak ik bijvoorbeeld geïnspireerd door leiderschap die sommige sporters tonen, bijvoorbeeld Marianne Vos. Zij heeft er mede voor gezorgd dat het vrouwen wielrennen op de kaart is gezet. Naast dat ze een supertalent is, die op fietsgebied heel veel gewonnen heeft, kan zij ook knechten. Ze kan een ondergeschikte rol vervullen als dat in het belang is van het team. Zij heeft daarnaast altijd aangegeven dat haar successen niet alleen haar verdienste waren, maar dat van de hele ploeg en dat is in mijn ogen leiderschap. Zij is daarmee ook een voorbeeld en inspiratie geweest voor mij, maar ook voor anderen binnen en buiten de sport.

Wat is jou wens met betrekking tot leiderschap binnen de sport?

Ik zie binnen de sportwereld weinig leiderschap dat mij inspireert en dat vind ik best erg. Wat mij opvalt is dat er nog steeds op veel plekken oud denkende bestuurders zitten, die nog vanuit de hiërarchie sturen en vanuit traditionele leiderschapsmodellen denken en daar gaan we het nu en in de toekomst niet meer mee redden. Ze hebben natuurlijk de sport wel gebracht waar we nu zijn en daar heb ik respect voor. Ik constateer bij organisaties een groeiende behoefte aan modern leiderschap, dat past bij deze tijd. Als ik kijk naar de steeds krapper wordende arbeidsmarkt, dan vraag ik me echt af of mensen in de toekomst nog wel kiezen voor organisaties die nog een oude vorm van leiderschap hanteren.

Ik zie organisaties worstelen met dit vraagstuk en er zijn er maar weinig die dit echt al op orde hebben. Een goede ontwikkeling is wel dat er bij diverse bonden de laatste jaren andersdenkende leiders zijn binnen gekomen. Deze willen leiderschap juist anders vormgeven en kunnen de support van de vorige generaties goed gebruiken. Deze nieuwe generatie managers kijkt eigen bond overstijgend, waardoor er nieuwe verbindingen kunnen ontstaan en andere vormen van samenwerking. Ik heb zelf met een aantal andere directeuren een intervisiegroep, waar we het onder andere hebben over vernieuwend leiderschap. Zo ontstaat er binnen de sport langzaam een nieuwe leiderschapsstroming, waardoor het leiderschap begint te kantelen.

Ik hoop dat deze leiderschapsontwikkeling ook bestuurlijk binnen de bonden en bij  NOC-NSF wordt opgepakt en gesupporterd. Het zou geweldig zijn als we dit onontkoombare ontwikkelproces gezamenlijk met NOC-NSF, bonden en leden, oude generatie en nieuwe generatie, vanuit verbinding en respect en voor de toekomst van de sport kunnen vormgeven. Zeker als we met elkaar als georganiseerde sportwereld aantrekkelijk willen blijven voor de mensen, dan zullen we ons moeten aanpassen.

4 april 2018 – Ruud de Smit – Mental Training Center